Kamille (Matricaria chamomilla) is een eenjarige kruidachtige plant uit de composietenfamilie (Asteraceae). De plant wordt gemiddeld 15–50 cm hoog en heeft fijn geveerde bladeren. De bloemhoofdjes bestaan uit witte lintbloemen rondom een gele bloembodem met gele buisbloemen.
Een kenmerkend onderscheidend kenmerk is de holle bloembodem, waarmee echte kamille zich onderscheidt van verwante soorten. De plant bloeit van mei tot september en verspreidt een karakteristieke aromatische geur.
Fytochemie
Vitamines & mineralen
Kamille bevat kleine hoeveelheden mineralen en sporenelementen, maar wordt niet primair gebruikt als voedingsbron van vitaminen of mineralen.
Bereiding & gebruik
Voor kamillethee wordt meestal 1 tot 2 theelepels gedroogde bloemen overgoten met heet water en 5 tot 10 minuten afgedekt laten trekken. Deze infusie wordt traditioneel 1 tot 3 keer per dag gebruikt.
Voor inhalatie of uitwendig gebruik worden de bloemen toegevoegd aan heet water of verwerkt in een aftreksel voor kompressen of baden.
Veiligheid & waarschuwingen
Historisch gebruik
Kamille wordt al sinds de oudheid beschreven in Europese, Mediterrane en Balkankruidenboeken.
In volksgeneeskunde werd de plant gebruikt binnen huishoudelijke en rituele contexten, vaak in relatie tot rust, verzorging en reiniging.
Kamille werd al in het oude Egypte gebruikt als geneeskruid en was gewijd aan de zonnegod Ra. Ook in de Griekse en Romeinse geneeskunde werd kamille toegepast bij spijsverteringsklachten en ontstekingen.
In de Europese volksgeneeskunde geldt kamille al eeuwenlang als een van de meest gebruikte huisremedies.